In gesprek met algemeen directeur Hijbo Lantink over zorg in coronatijd

In gesprek met algemeen directeur Hijbo Lantink over zorg in coronatijd

Het coronavirus legt grote delen van de Nederlandse maatschappij plat. Maar niet de zorg; die draait op volle toeren. Juist nu blijkt hoe hard we al onze zorgmedewerkers nodig hebben.

Terug

Hijbo Lantink was nog maar net Algemeen Directeur bij De Nieuwe Zorg Thuis, toen het coronavirus uitbrak. Een grote verantwoordelijkheid die in één klap nog hectischer werd. Hijbo: “Ik voel mij verantwoordelijk voor iedere medewerker en cliënt. Dat maakt dat ik mij verplicht voelde een juiste oplossing, snelle manier van schakelen en bijbehorende communicatie te realiseren.” Hijbo vertelt hoe hij de coronacrisis bij DNZT heeft ervaren, en wat voor effect het heeft gehad op de werkvloer.

Aankondiging van de lockdown

Het is haast een beetje normaal aan het worden. De uitbraak van het coronavirus in Nederland is inmiddels een jaar geleden, en ook bij DNZT is de verandering voelbaar. In tegenstelling tot ongeveer een jaar geleden. Toen de eerste maatregelen werden aangekondigd was de onrust volgens Hijbo groot: “De aankondiging van de lockdown was één groot gekkenhuis. De afmeldingen onder zowel cliënten als medewerkers waren hoog. Je merkte dat angst regeerde. We hebben toen een plan uitgerold waarbij we hebben gekeken hoe we de cliënten kunnen helpen, en konden zorgen voor ons personeel. Op dat moment was dat, zoals Rutte al eens heeft gezegd, 100% handelen met maar 50% kennis. We wilden in samenwerking met de gemeente ervoor zorgen dat we een veilige omgeving konden creëren, waarin de zorg doorgaat. We voelden ons niet alleen verantwoordelijk voor de zorg van onze cliënten, maar ook voor de veiligheid van onze medewerkers.”

Een coronalijn

In de periode van de eerste besmettingsgolf heeft zeker 10% van de cliënten vanwege angst niet op de reguliere manier zorg kunnen ontvangen. Samen met het personeel van DNZT, wilde Hijbo hier graag wat aan doen: “De eenzaamheid onder de cliënten nam toe, omdat de deur voor de zorgverleners niet altijd open kon blijven. Eenzame kwetsbaren werden nóg kwetsbaarder. Dat hebben we direct opgepakt door te kijken hoe we medewerkers die niet kunnen werken (doordat ze bijvoorbeeld geen opvang voor de kinderen hadden, angstig waren of omdat ze in quarantaine moesten) in konden zetten om te bellen met de eenzame cliënten die geen hulp wilden ontvangen. DNZT heeft een Corona-telefoonlijn opgezet, waar cliënten heen konden bellen zodat ze werden gekoppeld aan één van onze medewerkers.”

Nieuwe manier van leven

Hijbo heeft gemerkt hoe de situatie na die eerste coronagolf veranderde. Hij heeft het idee dat iedereen langzaamaan een beetje is geland, en dat het dagelijkse ritme met het coronavirus een nieuwe manier van leven én werken is geworden. Hijbo: “Buiten het feit dat we te maken hebben met extra beschermingsmiddelen, is het gelukt ons personeel weer meer achter de voordeur in te zetten. Er is minder angst onder cliënten en medewerkers, en we merken dat we veel hebben geleerd. Het is mooi om te horen hoe medewerkers nu zeggen: ik werk in de zorg om er óók te zijn op dit soort momenten. En ik moet er juist nú meer zijn dan anders. Zet mij maar in waar je mij nodig hebt.”

Extra scholing

Nu we inmiddels te maken hebben met een opleving van het virus, merkt DNZT dat er meer medewerkers en cliënten zijn die óók zelf ziek worden of in quarantaine moeten. Dat maakt het volgens Hijbo soms lastig om verantwoord je werk te doen. Hijbo: “De inzet van de zorg is veranderd, maar het zorgen voor mensen blijft. Afstand houden kan heel lastig zijn, wanneer je bijvoorbeeld te maken krijgt met een cliënt met dementie. Om die situaties te voorkomen, krijgen onze medewerkers extra scholing. Ook de begeleiding van een aantal cliënten gebeurt nog steeds op alternatieve wijze. Waar je soms het idee hebt dat je iemand écht even achter de voordeur moet zien, kiezen we er ook wel eens voor om juist buiten samen een wandeling te maken.” DNZT probeert medewerkers zo goed mogelijk te informeren over hoe om te gaan met die nieuwe situaties. Hijbo: “Je merkt dat het nog regelmatig een uitdaging is om zorg te kunnen leveren. Soms moet je bijvoorbeeld een instelling binnen waar meerdere cliënten wonen. Op dat moment kan de continuïteit van zorg zwaarder wegen dan het bijbehorende risico.”

Hijbo: “Afgelopen jaar hebben we als mensen meer naar elkaar omgekeken dan we eerder deden. En ik denk dat dat, ook voor in de toekomst, een mooie les is.”

Meer waardering uitspreken

Hijbo merkt dat niet alleen hij, maar ook de medewerkers van DNZT nóg trotser zijn op het werk dat ze doen: “De waarde van zorgen was al groot, maar is nu nog extra groot geworden. Soms neem je het gevaar voor eigen gezondheid voor lief, om te kunnen zorgen voor iemand anders. Onze medewerkers doen dat vanuit hun hart; dat is mooi om te zien. We slaan samen de handen ineen om te zorgen dat gebeurt wat er moet gebeuren.” Volgens Hijbo is het uitspreken van de waardering vanuit DNZT daarom voor nu, en in de toekomst, extra belangrijk: “We dachten in het verleden dat we genoeg aandacht voor onze medewerkers hadden, maar nu blijkt dat we nóg meer moeten benadrukken wat iemand goed doet. Wanneer cliënten, of wij, die waardering uitspreken, geeft dat medewerkers een bepaalde drive. Dat gevoel van trots straalt nu meer uit op de hele organisatie. Afgelopen jaar hebben we als mensen meer naar elkaar omgekeken dan we eerder deden. En ik denk dat dat, ook voor in de toekomst, een mooie les is.”